Artikel 2. – Seinvierkant, grondtekens en windzak
2.1 Seinvierkant
Het seinvierkant, bedoeld in artikel 123, eerste lid, onderdeel c, van de Regeling Toezicht Luchtvaart , is een horizontaal zwart of groen vlak met zijden van ten minste 12 meter, waaromheen een witte rand van ten minste 0,90 meter in breedte is aangebracht. Het seinvierkant is zo mogelijk in de nabijheid van de verkeerstoren geplaatst. Indien geen verkeerstoren aanwezig is, is het seinvierkant geplaatst op een plaats, waarmee Onze Minister heeft ingestemd. Het seinvierkant is rondom zichtbaar vanuit elke hoek groter dan 10° ten opzichte van het horizontale vlak, gezien vanaf een hoogte van 300 meter.2.2 Grondtekens
De grondtekens, bedoeld in de Regeling Toezicht Luchtvaart en het Luchtverkeersreglement , hebben afmetingen, vorm en kleuren als bedoeld in figuur 1 tot en met 8.2.3 Plaatsing grondtekens in het seinvierkant
Met uitzondering van de grondtekens, bedoeld in figuur 5a en 5b, zijn de grondtekens, bedoeld in het vorige lid, voor zover nodig in het seinvierkant geplaatst op de wijze, bedoeld in figuur 9.2.4 Grondtekens, specifiek ten behoeve van het gebruik door utra lichte vliegtuigen
Ten behoeve van het gebruik van ultra lichte vliegtuigen wordt alleen het grondteken, bedoeld in figuur 10 of 11, gebruikt en voor zover nodig het grondteken, bedoeld in figuur 5a. Het grondteken, bedoeld in figuur 10 of 11, is geplaatst in het verlengde van de hartlijn van de strook ten behoeve van het landen en het opstijgen en op een afstand van ten hoogste vijf meter voor de drempel van deze strook.2.5 Plaatsing meerdere grondtekens
Indien ten behoeve van de duidelijkheid op een onverharde baan een tweede grondteken als bedoeld in figuur 6 en 7 wordt gebruikt, is dit tweede teken geplaatst in het verlengde van de hartlijn van de in gebruik zijnde baan op een afstand van ten hoogste vijf meter voor de drempel van deze baan.2.6 Windzak
De windzak, bedoeld in artikel 123, eerste lid, onderdeel a, van de Regeling Toezicht Luchtvaart , heeft afmetingen en kleuren als bedoeld in figuur 12. De kleur van de windzak wordt zodanig gekozen dat een goed contrast met de achtergrond wordt verkregen. De maten kunnen evenredig worden vergroot. De aanwijzingen van de windzak zijn betrouwbaar bij elke windsnelheid van drie meter per seconde of meer. Uit de windzak kan een indruk van de windkracht worden verkregen. Ter verduidelijking van de positie van de windzak kan met de mast van de windzak als middelpunt een witte cirkel worden getrokken met een diameter van 15 meter en een bandbreedte van 1,20 meter. De windzak is zodanig geplaatst dat hij zichtbaar is voor de vliegtuigen in de lucht en op het landingsterrein en voorts, voor zover dit mogelijk is, met het oog op mogelijke plaatselijke verstoringen in windrichting of -snelheid, zo dicht mogelijk bij het seinvierkant.
|